Bovendien duidt een huis vol kapotte of niet-gerepareerde spullen – een flikkerende lamp die nooit wordt vervangen, een lekkende kraan die maandenlang druppelt, of een losse deurknop die constant wordt genegeerd – op een gevoel van berusting. Deze aanhoudende ‘kleine’ problemen zijn vaak een stille erkenning dat de bewoner niet langer gelooft dat haar omgeving, of haar leven, verbeterd kan worden. Het negeren van deze problemen is een manier om, zonder woorden, te zeggen dat de status quo van ‘gebroken’ acceptabel is. Het maken van een maandelijkse lijst met kleine reparaties en deze systematisch aanpakken kan een krachtige psychologische oefening zijn. Het brengt een vrouw van een passieve staat van berusting naar een actieve staat van daadkracht, waardoor het geloof wordt versterkt dat ze de macht heeft om haar wereld te herstellen en haar eigen welzijn te verbeteren.
Een huis zonder persoonlijke touch, warmte of bewuste decoratie kan wijzen op een emotionele afstand. Een ‘zielloze’ omgeving met lege muren en koude, steriele ruimtes suggereert dat er niet actief aan zelfliefde wordt gewerkt. Ons huis heeft net zoveel behoefte aan genegenheid als ons lichaam; wanneer we de tijd nemen om een ruimte persoonlijk te maken – met een kunstwerk, een plant of een betekenisvol aandenken – zaaien we de zaden van verbondenheid. Wanneer een vrouw verzuimt haar ruimte te vullen met haar eigen persoonlijkheid, loopt ze het risico een vreemde te worden in haar eigen huis. Het decoreren en personaliseren van een ruimte gaat niet over ijdelheid of consumentisme; het gaat erom een veilige haven te creëren, een fysieke manifestatie van zelfliefde die haar begroet elke keer dat ze de deur binnenstapt.