3. Groei in oprecht medeleven met anderen
Het hart begint te veranderen: het wordt minder onverschillig en minder egocentrisch. Het leed van anderen blijft niet langer onopgemerkt. Een oprechte drang om te helpen, te dienen en te begeleiden ontstaat.
Deze compassie is geen sentimentaliteit. Soms houdt het in dat je grenzen stelt, dat je ‘nee’ zegt als dat de ander echt helpt.
De Heilige Geest leert ons lief te hebben met waarheid: een liefde die het ware goede zoekt, zelfs als dat ongemakkelijk is of offers vraagt.
4. Rustige acceptatie van je eigen zwakheden
Een ander veelzeggend teken is leren je beperkingen te accepteren zonder jezelf te verachten. Dit gaat niet over berusting of zelfgenoegzaamheid, maar over het begrijpen dat juist in je zwakheden genade het krachtigst kan werken.
Wanneer je ophoudt met het nastreven van onbereikbare menselijke perfectie en begint te vertrouwen dat God zelfs door je tekortkomingen heen kan werken, ontstaat er authentieke nederigheid. Dit vertrouwen bevrijdt je van angst, geestelijke trots en zelfmedelijden.