Klein, zoet en makkelijk zonder terughoudheid te eten. Het probleem zit hem niet in één druif, maar in de hele tros.
Twee belangrijke waarschuwingen die velen negeren
Gedroogd en gedehydrateerd fruit
Rozijnen, gedroogde abrikozen, gekonfijt fruit en jam concentreren de suiker door het water eraan te onttrekken. Voor iemand met diabetes werken ze als snoep, niet als fruit.
Rijpheid: Hoe rijper een vrucht is, hoe meer zetmeel er wordt omgezet in suiker. Het is altijd het beste om fruit te eten wanneer het net rijp is of nog een beetje onrijp.
En hoe zit het met watermeloen?
Het bijzondere geval: Watermeloen heeft een hoge glycemische index (GI), maar een zeer lage glycemische lading (GL) omdat het veel water bevat. Het echte probleem is de hoeveelheid: het is moeilijk om slechts een kleine portie te eten. Als je zelfbeheersing hebt, kun je het eten; anders kun je het beter vermijden.
Tips en aanbevelingen:
Geef altijd de voorkeur aan heel fruit, nooit aan sap.
Houd je aan de portiegrootte, zelfs bij ‘veilige’ fruitsoorten.